
Het onlangs verschenen boek Relational Caring and Presence Theory in Health Care and Social Work: A Care-Ethical Perspective gaat in op een diepgevoelde ontevredenheid die wereldwijd leeft, niet alleen onder burgers in het algemeen, maar ook onder professionals. In de gezondheidszorg, de sociale sector, het onderwijs, de huisvesting, maar ook in de psychiatrie, de jeugdzorg en bijvoorbeeld het openbaar bestuur zijn de zaken te vaak uit de rails gelopen. Als gevolg daarvan bestaat er een groeiende kloof tussen enerzijds het regime van competente professionals en managers en anderzijds de leefwereld van patiënten, cliënten, leerlingen en bewoners met hun behoeften, zorgen en verlangens. In aansluiting daarbij groeit de kloof tussen enerzijds de institutionele logica van organisaties en hun administratie en kwaliteitssystemen en anderzijds de dagelijkse praktijk en praktische wijsheid van zorgprofessionals in de frontlinie. In deze onderling samenhangende kloven nemen ontkoppelde competenties, bureaucratie, afstandelijkheid, mismatches en wantrouwen toe. De voortdurende verbeteringen sinds de jaren tachtig kunnen deze tekortkomingen nauwelijks verhelpen, omdat ze meer van hetzelfde opleveren; de oplossingen gebruiken dezelfde logica als uit de problemen voortkomen. Mensen, zowel als burgers maar ook als professionals, voelen zich nauwelijks gezien. Hun wantrouwen jegens medeburgers, hun ontevredenheid over hun werk en hun ontvankelijkheid voor populisme nemen toe.
